
Direct naar Bologna was het tijd om af te reizen naar Sicilia, de voetbal laten we zeggen. Ook hier doe ik slechts een foto-impressie omdat er te veel te vertellen valt over dit geweldige eiland.

Overal zie je gele vlekken in het supergroene gras van Sicilia. Het schijnt zo groen te zijn omdat het een extreem vruchtbaar gebied is, uiteraard dankzij de Etna.

Wat ik nog niet verteld had, is dat Richard en ik een auto hebben gehuurd, een geweldige Fiat Punto 1.3. Daarmee zijn we de eerste dag vanaf het vliegveld naar het o-zo bekende Corleone gereden. Daar hebben we meteen een aantal foto's gemaakt, waaronder het plaatje hierboven en de hiervolgende.

Dit is het dan. Het stadje van Vito Corleone. Erg mafia-achtig was het niet, sterker nog, de commercie heeft in de loop der jaren handig gebruik gemaakt van de beroemdheid van de 'Padrino'-films. Zo bestaat er een likeur met de naam 'Don Corleone'.

Helemaal ongevaarlijk was het niet om Corleone zo van boven te fotograferen, maar we moesten natuurlijk de raad van de hoteleigenaar wel opvolgen en platen gaan schieten op dit kleine rotsplateau, dat slechts te bereiken viel door illegaal over privaat terein te lopen.

Een pittoresk poortje in Corleone. Misschien woonde Vito hier ooit wel...

'Agricoltura' is nog altijd een belangrijke sector van de Siciliaanse economie.

Na Corleone was het tijd om heel Siclia te doorkruisen en koers te zetten naar de Etna, die we vanaf 80 kilometer afstand al als een grote sneeuwbult zagen liggen. We zijn naar 2000 meter hoogte gereden en hebben vele foto's genomen.

Deze foto is de favoriet uit mijn serie met de Etna als subject. Helaas konden we niet naar de top om twee redenen. Ten eerste was de vulkaan weer actief geworden (je kon de witte rookplum van ver zien hangen) en bovendien kostte een tripje naar boven met de bus 48 euro per persoon.


De volgende dag, na overnacht te hebben in een heel vreemd dorpje aan de voet van de Etna, Belpasso, dat ik niemand aanraad (het is een beetje Mexico-achtig, leuk voor in Mexico, maar minder voor op Sicilia...), hebben we wederom heel Sicilia doorkruist richting Palermo, de hoofdstad. We konden bijna 700 kilometer rijden op één tank in onze Fiat Punto. Dat is het voordeel van weinig vermogen. Het nadeel is echter dat je niet fatsoenlijk een berg op kan rijden als je te weinig vaart hebt. Het overkwam mij dat de auto gewoon naar achteren rolde toen ik vol gas gaf. Een kleine botsing tegen een muurtje was het gevolg. Jammer, maar bij het autoverhuurbedrijf zeiden ze er achteraf niets van. Onderweg zagen we deze twee prachtige landschappen, die helaas zonder zon waren.

We wisten beiden dat het in Palermo 'un casino' zou zijn wat verkeer betreft, en wilden dus onze auto inleveren alvorens Palermo in te gaan. Daarvoor moesten we echter de stad zélf passeren. We dachten echter dat dit geen probleem zou zijn, want er zou immers een rondweg omheen lopen. Niets was minder waar. Ik heb aldus anderhalf uur in Palermo rond gereden gedurende de spits. Een geweldige ervaring, achteraf. Voor iedereen die het verkeer in Rome heeft gezien: in Palermo is het erger...
De laatste dacht hebben we Palermo bezocht, met als hoogtepunt het Teatro Massimo (de foto hierboven), de grootste opera van Italia en de nummer drie van Europa na Parigi en Vienna. Een erg frappant detail was dat ze Cavalleria Rusticana aan het uitvoeren waren, dezelfde opera die ook een grote rol speelt in de eindscène van 'The Godfather, Part III'. Daarna was het alweer tijd om ons vliegtuig terug te nemen naar Rome...
Al met al een geweldige ervaring, en wat mij betreft kom ik er snel nog eens terug voor een periode die langer is dan slechts vier dagen.
Labels: Avonturen, Foto's, Sicilia, Tripjes